Op donderdag 29 januari jl. vond in het Cultuurgebouw te Hoofddorp de derde van vijf expert meetings plaats rondom Werklust. Deze middag volgde Ton Bossink (Provincie Noord-Holland) samen met de aanwezigen het spoor. Knooppunt voor knooppunt gaf hij - aan de hand van de publicatie Maak Plaats - zijn visie op de optimale balans en positie van het station in zijn algemeenheid, binnen het gehele netwerk van knooppunten in de metropoolregio Amsterdam. Vervolgens spraken Pepijn van Wijmen en Paul Gerretsen over de mogelijke implementatie (het hoe?) van de bevindingen uit Maak Plaats.

OV-knooppunten

Verslag expert meeting

3

Biografie van een gebruikslandschap

Deelnemers

Theo Baart Fotograaf

Barbara Luns Podium voor Architectuur

Yvonne Lub Podium voor Architectuur

Rosa Romeyn Podium voor Architectuur

Bart Fiers Podium voor Architectuur

Jandirk Hoekstra Provincie Noord-Holland

Maarten Lammertink Gemeente Haarlemmermeer

Emilie Feij Gemeente Haarlemmermeer

Hans van der Made Gemeente Amsterdam

Lidia Ferrari Gemeente Haarlemmermeer

Thessa Syderius Gemeente Haarlemmermeer

Peter Heuvelink AM

Jan Rutten JanRutten.com

Annelien van Drooge Gemeente Haarlemmermeer

Sacha Maarschall Provincie Noord-Holland

Martin Borst

Ton Schaap Gemeente Amsterdam

Piet Brandjes APPM

Rob van Aerschot Gemeente Haarlemmermeer

Ton  de Leeuw oud wethouder

Jaap Modder Brainville

Saskia Hoogstraten Gemeente Amsterdam

Elly Bruijnesteijn

SME Dutmer Gemeente Haarlemmermeer

Hans Zuurbier Gemeente Haarlemmermeer

Emile Revier Posad

Herman Lamers

 

Over Bouwlust

Locaties Bouwlust

Expert meetings

Reageren

Verslagen

1

3

2

4

5

Ton Bossink

strategisch adviseur ruimtelijke ontwikkelingen/projectmanager gebiedsontwikkeling

Provincie Noord-Holland

Tien uitgangspunten

In het kader van een duurzame verstedelijking van de provincie Noord-Holland, met als onderdeel de metropoolregio Amsterdam, heeft Bossink tien uitgangspunten opgesteld, voor de ontwikkeling van de knooppunten in dit gebied:

 

  1. Frequentieverhoging en ruimtelijke ontwikkeling versterken elkaar.
  2. Minimaal 50% van de nieuw te bouwen woningen, wordt rondom de OV-knooppunten gerealiseerd.
  3. Aansluitend op uitgangspunt 2: voorrang voor bestaande plannen binnen BBG (kaders van Begrenzing Bebouwd Gebied) rondom ov-knooppunten.
  4. Afstemmen BBG-contour en OV-knooppuntenstrategie.
  5. Terugdringen van leegstaande kantoren op plekken die niet multimodaal bereikbaar zijn.
  6. Inzetten op kwaliteitsverbetering van werkmilieus op de best bereikbare locaties.
  7. Regionale voorzieningen bij voorkeur op multimodaal bereikbare locaties.
  8. De overstap tussen vervoermiddelen verbeteren.
  9. Het ontwikkelen van toegangspoorten naar het landschap.
  10. Maak plaats!, oftewel: realiseer ruimtelijke kwaliteit op lokaal schaalniveau.

Pepijn van Wijmen

Urbanisator en directeur APPM

Paul Gerritsen

Vereniging Deltametropool

Van Amsterdam Zuid naar Schiphol South

De ontwikkeling van knooppunten

 

Ter introductie neemt Ton Bossink de aanwezigen mee terug naar zijn middelbare schooltijd, in 1983, en laat een foto zien van het toen gloednieuwe treinstation Hoofddorp: “Wij vonden het destijds geweldig dat dit station er kwam. Niet meer per bus oneindig slingerende afstanden afleggen door de polder, maar gewoon na twee haltes op station Amsterdam Zuid arriveren. We hadden het gevoel dat we eindelijk écht meegingen in de vaart der volkeren”, zo memoreert hij. En vanmiddag volgen we het spoor verder. Ton Bossink verdeelt zijn lezing over drie schaalniveaus die, als het gaat om knooppunten, zeer met elkaar zijn verbonden en elkaar beïnvloeden: netwerk, corridor en knooppunt.

 

Transit Oriented Development (TOD)

De afgelopen twee jaar heeft Ton Bossink zich bij de Provincie Noord-Holland intensief beziggehouden met TOD, ofwel: knooppuntontwikkeling. Hij heeft onder meer een groot aantal ov-knooppunten in deze regio onderzocht. Maar wat is dat nu precies, een knooppunt? En hoe kun je de ontwikkeling hiervan toe- en inpassen binnen een duurzame ontwikkeling van de Haarlemmermeer? Bossink ontleedt ter verduidelijking het begrip ‘knooppunt’. “Wat is een knoop? Volgens de publicitatie Maak Plaats is dit een plaats in het netwerk die met zoveel mogelijk vervoermiddelen goed bereikbaar moet zijn. Een plaats, zo wordt omschreven, is aanlokkelijk als je er zowel overdag als ‘s avonds veel verschillende mensen ziet en je er veel dingen kunt doen. En dat vereist dichtheid, fijnmazigheid, functiemenging”, aldus Bossink, die opmerkt dat er wat dat betreft nog wat werk aan de winkel is voor het gemiddelde station in de omgeving.

 

In het geval van het ontwikkelen van een ‘succesvol’ knooppunt, heb je de meeste kans van slagen wanneer de netwerkpositie, ofwel bereikbaarheid (de knoop) en het ruimtegebruik (de plaats) in balans zijn. In dit geval zijn namelijk de ontwikkelingen afgestemd. Wat zijn dan de onderscheidende kenmerken? In dit geval zijn de volgende zes cruciale kenmerken gehanteerd:

 

Drie bereikbaarheidsaspecten, m.b.t. de knoop

- de positie in het wegennet: hoe makkelijk kun je er met de

  auto komen;

- de positie in het ov-netwerk: zowel de trein als het lokale

  onderliggende ov;

- de microbereikbaarheid: of en hoe kun je er lopend komen?

  En hoe is de bereikbaarheid per fiets? Kun je je fiets ook

  (makkelijk)kwijt?

 

En drie ruimtelijke kenmerken, m.b.t. de plaats

- nabijheid: intensiteit van het gebruik binnen de eerste 300 meter

  ten opzichte van het totaal;

- intensiteit; dichtheid van het aantal inwoners/werknemers die

  er gebruik van maken;

- menging: de verhouding werknemers/inwoners per 4,5 hectare.

 

Twaalf knooppuntmilieus

Ton Bossink benadrukt: “Zoals gezegd moet een knooppunt in balans zijn, maar ook afgestemd op de vraag. Binnen het onderzoek naar ov-knooppunten leverde dit een divers palet op van maar liefst twaalf knooppuntmilieus die goed, ofwel in balans functioneren. Een variatie aan dichtheden. Er is niet één perfect (soort) knooppunt. De Zuidas is niet Wormerveer en Hilversum is geen Zandvoort.” Bossink geeft een aantal voorbeelden van knooppunten die hij in beeld heeft gebracht. “Zo is De Zuidas te omschrijven als ‘toplocatie’, met een uitstekende bereikbaarheid met auto én ov, tevens een hoge dichtheid qua werken en voorzieningen, maar ook vraag naar menging met wonen. Dat is iets heel anders dan een ‘dorpscentrum milieu’, dat zich kenmerkt door een lage dichtheid qua wonen, multifunctionele lokale bedrijvigheid en bijvoorbeeld zeer goed fietsnetwerk. Kortom, ov-netwerkwaarde is in de kop van Noord-Holland is een heel ander gegeven dan in de metropoolregio Amsterdam.”

 

Maatwerk

Hoe ga je die knooppuntontwikkeling in zijn totaliteit vormgegeven in de provincie Noord-Holland? Een complex vraagstuk waar Ton Bossink mee te maken heeft. “Belangrijk is, om maatwerk te leveren per knooppunt”, zo stelt hij. “In de zoektocht van de ontwikkeling van die knooppunten, is een denkkader waarin al die verschillende knooppuntmilieus- en mogelijkheden voorkomen, essentieel. We moeten vervolgens onderzoeken hoe al die knooppunten elkaar kunnen aanvullen, met in het achterhoofd het streven naar een duurzame verstedelijking.”

 

Spoorverbinding Haarlemmermeer in MRA perspectief

Vervolgens neemt Ton Bossink een vlucht en bekijkt hetgeen er net is besproken vanuit het perspectief van de metropoolregio Amsterdam. “Als het gaat over het verbeteren van de bereikbaarheid, een focuspunt, welke rol speelt de Haarlemmermeer dan in die regio?”, vraagt hij zich af. “Wat voor een soort puzzelstuk is het, en hoe groot? Hoe maak je die verbinding en hoe kun je je tegelijkertijd, binnen die regio, als afzonderlijk onderdeel, onderscheiden?”

 

Suggestie: één netwerk, één overzichtskaart

Van groot belang en grote invloed is de manier waarop je als Haarlemmermeer aangesloten, letterlijk verbonden bent met rest van de metropoolregio. En daar gaat het nu nog niet helemaal goed, concludeert Bossink. “Stel je komt als toerist aan op Schiphol. Dan is er één ding wat er mist: één goede overzichtskaart van alle ov-verbindingen in de regio, met alle verschillende lijnen en knooppunten duidelijk vermeld, gepresenteerd als één compleet ov-netwerk. Wat wij hier nu hebben: vooral veel goede bedoelingen. En evenveel verschillende overzichtskaarten. Maar dat is niet goed genoeg. Het meest ideale scenario zou zijn, dat je overal in de regio die ene zelfde overzichtskaart tegenkomt. Dan wordt het reizen en verbinden veel gemakkelijker, zowel voor de reguliere gebruiker als voor toeristen.”

 

De Schiphol corridor

“In deze regio gaat het voornamelijk over werk en bedrijven. Dat is al heel lang zo, het kenmerkt dit gebied”, vervolgt Ton Bossink zijn verhaal. “Hoe verhoudt zich dat tot de rest van de metropoolregio? Op welke manier zit die bedrijvige Haarlemmermeer vast aan de rest van de regio? Hoe kun je die koppelingen maken en zorgen dat de knooppunten bijdragen in functionaliteit?”

Bossink maakt vanuit hier een volgende stap: naar de corridors. Een kansrijke corridor omschrijft hij als ‘strategisch schaalniveau tussen mobiliteit en ruimte’. “De metropoolregio heeft er diverse; de Haarlemmermeer is hier een belangrijke speler. De Schiphol corridor bijvoorbeeld, is zowel een internationale als regionale bestemming en dat biedt volop kansen en mogelijkheden. Nog meer dan er nu al worden benut. Zo kun je, door regionaal en nationaal verkeer te scheiden, de doorstroom rondom Schiphol verbeteren. En zou je daarnaast stedelijke woonmilieus en -voorzieningen kunnen toevoegen op plekken waar dat mogelijk is. Ook voor de monofunctionele kantoorgebieden is hoop, mits je er moeite in zou steken om een deel van de leegstaande kantoren te transformeren.”

 

Kansen: verdichten, veraangenamen en versnellen

Bij het maken van plannen, zo vertelt Bossink, vraagt men zich continu af welke kansen de Haarlemmermeer biedt op knooppuntniveau. Schematisch heeft hij die kansen in kaart gebracht in de vorm van verschillende ringen, ofwel schillen, met factoren die van belang zijn binnen diverse stralen. “Verdichten, veraangenamen en versnellen, daar gaat het om. Deze drie begrippen zijn steeds in het achterhoofd aanwezig. Want de vraag is: hoe kun je verbeteren, op al deze punten?”

 

Ton Bossink heeft gedurende zijn onderzoek gekeken naar alle stations op alle lijnen en, per station, in kaart gebracht welke knooppuntmilieus kansrijk zouden kunnen zijn. Hij laat hier vandaag een aantal voorbeelden zien. Welke daarvan zijn nu eigenlijk kansrijk? In het geval van Hoofddorp is dat de ‘moderne stad’. “In het kader van de tien uitgangspunten, zie je op dit station dat het leggen van de link met de omgeving een échte opgave is. De kansen zitten hier in het veraangenamen en het versnellen van bijvoorbeeld het overstappen. Wie zelf met de trein reist, merkt direct dat de huidige situatie nogal onlogisch is”, zegt Bossink.

Zo is in het geval van station Nieuw-Vennep het ‘poortkwartier’ een kansrijk knooppuntmilieu. “Een van de kansen is hier verdichten. Neem nu het gebied van het oude zwembad, dat ligt nu onkruid te verzamelen. Tegelijk heb je hier te maken met geluidscontouren, die beperkend werken. Maar, misschien zou dit een reden kunnen zijn om het gesprek over die geluidscontouren weer eens te voeren. Wie weet wat hier uit kan komen.”

 

Internationaal

Een échte kans schuilt in het feit dat er zich binnen twee kilometer afstand van elkaar twee stations met het stempel ‘wereldstad’ bevinden. Een oplossing voor het verder ontwikkelen van deze knooppunten zou kunnen zijn, om meer te afficheren met het internationale karakter ervan; Schiphol South in plaats van Amsterdam Zuid. “Zo’n internationale uitstraling kan weer andere dynamiek en functies aantrekken, waarmee je die gewenste verdichting zou kunnen stimuleren en verkrijgen”, besluit Ton Bossink.

 

 

De implementatie van

de constateringen uit Maak Plaats

door Pepijn van Wijmen en Paul Gerritsen

 

Net als Ton Bossink houden Pepijn van Wijmen en Paul Gerretsen zich ook al een aantal jaar bezig met knooppuntontwikkelingen. In theorie hebben we inmiddels veel ronduit briljante plannen en ideeën. Echter, de praktijk is weerbarstig en daarom komen die plannen uiteindelijk lastig van de grond”, zo zegt van Wijmen. “Er is een kleine club, waar wij toe behoren, die erg enthousiast is. Maar het blijkt lastig om iedereen mee te krijgen. Bestuurders lijken het moeilijk te vinden om hier écht voor te gaan. Dat betekent namelijk dat je heel resoluut moet besluiten om sommige wél of juist niet te doen. Er is niet iemand, vooralsnog, die zich hier verantwoordelijk voor voelt. In de praktijk heb je bovendien altijd te maken met het spanningsveld tussen gewenste acties en ontwikkelingen en de daadwerkelijke kosten die daarmee gepaard gaan. De vraag is: wie is er nu al eerste aan zet? Er is nu geen natuurlijke eigenaar. Wellicht kan de provincie Noord-Holland hier de kartrekker in worden. Dit lijkt mij een logische partij voor zo’n rol.”

 

Werk aan de winkel

Paul Gerretsen introduceert zich als ‘een soort van knooppunt gelovige’; net als Ton Bossink en Pepijn van Wijmen hoort hij bij het clubje dat heel erg enthousiast is over de mogelijkheden voor het ontwikkelen van knooppunten. Het feit dat er slechts één klein clubje enthousiast is, noemt hij een ‘zwakte’. “Het gaat allemaal niet zo snel als wij zouden willen.” Een positieve tendens, vindt Gerretsen, is het gegeven dat de auto minder belangrijk wordt voor mensen. “Een interessant maatschappelijk fenomeen; de auto is niet meer zo’n statussymbool. Reizen met de trein en metro is in opkomst, deze vervoermiddelen worden steeds vaker gebruikt in plaats van de auto. Die metrokaart van Ton Bossink is dan ook helemaal geen denkbeeldig of onrealistisch idee. Het is nu de hoogste tijd om ook daadwerkelijk met die knooppuntontwikkeling aan de slag te gaan. Er is echt werk aan de winkel; we moeten de bestuurders hiervan zien te overtuigen en stimuleren. En misschien dat het dit keer met de wind in de rug, van de tendens van een toename van het gebruik van ov, dan ook echt gerealiseerd wordt.”

Ton Bossink vult aan: “Het staat nog enorm in de kinderschoenen. We moeten proberen om nu een stap te maken. Ervoor zorgen dat het enthousiasme dat iedereen nu voelt ertoe leidt dat de verantwoordelijkheid en de urgentie van het uitwerken en implementeren van deze plannen ook door iedereen worden gevoeld. Hier hoort als het ware een cultuuromslag bij; we moeten het gesprek aangaan, en wel met alle betrokken gemeentes, met de NS, Prorail. Net even over de eigen muren heen kijken en ieders doelstellingen op elkaar afstemmen. Daarbij overheerst de drang om zaken alsmaar te versimpelen. Dat willen we graag. Maar… de wereld is nu eenmaal niet simpel. Deal with it. Als je dat accepteert, brengt dat je weer een stapje verder. En dan, tot slot, is een koppeling tussen een goed inhoudelijk verhaal en een bestuurder die de kar trekt, cruciaal.”

 

In beeld

De besproken stations zijn allemaal in beeld gebracht door fotograaf Theo Baart. “Wat mij onder andere is opgevallen, is de onheilspellende staat waarin veel stations hier in de regio verkeren. Op sommige stations wordt je spontaan heel zwaarmoedig. Hoewel Hoofddorp zeker potentie heeft, hier liggen enorm veel kansen voor ontwikkeling. Ik zou me kunnen voorstellen dat Hoofddorp een soort proeftuin kan worden, die uiteindelijk winst oplevert. De positie is zeer gunstig. Hier kun je wel iets.”

 

Verslag Renee Hartog 2015

www.reneehartog.nl

Partners